INDEX,
Shirts
Info + prijzen
Frysk
Trots
De Geschiedenis en Symboliek van de Friese Vlag
De zeven rode pompeblêden (bladeren van de gele plomp) verwijzen naar de middeleeuwse Friese 'zeelanden': zelfstandige landstreken langs de kust van Alkmaar tot de Wezer, die samengingen in een verdedigingsverbond tegen de Noormannen. Er zijn nooit precies zeven van deze bestuurseenheden geweest, het getal zeven heeft waarschijnlijk de connotatie 'veel'. Sommige bronnen gaan wel uit van zeven Friese landen: West-Friesland, Westergo, Oostergo, Hunzingo, Fivelingo, Emsingo en Jeverland.
De vlag met
"pompeblêdden" zou zijn overgeleverd uit de elfde eeuw. Dit
zou men kunnen opmaken uit verzen uit het Gudrunlied.
Omstreeks 1200 vertonen Scandinavische
wapenschilden velden bestrooid met leliebladen of harten, vaak in combinatie
met afbeeldingen van leeuwen.
Een eerste verwijzing naar een Fries
wapen wordt gevormd door een vaandel dat afgebeeld staat in de “Brabantse
Kroniek”, een manuscript uit 2e helft van de 14e eeuw. Het vaandel of
banier is blauw met twee gaande, aanziende gele leeuwen en het veld bezaait
met witte penningen. (Eigenlijk is dit dus een eerste Friese vlag!)
Als wapen verschijnt het voor het eerst in 1409 in de “Hollandse Kroniek”
van de bekende heraut Claes Heynensz. Hierin staat het wapen met de gaande
en aanziende leeuwen op een blauw veld met zilveren penningen bezaaid.
Het wapen met de gaande leeuwen sluit wel aan bij de leeuwenwapens zoals die
van Bordeaux langs de Noordzeekust richting Noord-Duitsland, Engeland en Denemarken
voorkomen en waarin één, twee of drie gaande leeuwen staan.
Deze leeuwen zijn goud op rood en blauw op goud. De blauwe leeuwen in het
noorden worden soms vergezeld van rode harten.
Pas ca 1475 duikt er in een Frans wapenboek een wapen van de ”Koning
van Friesland” op. Dit is het eerste wapen met schuinbalken en harten,
dat aan een Friese
koning wordt toegedicht. Deze afbeelding is de oudste weergave van het
wapen dat later het wapen van de Ommelanden zou worden. Dit wapen heeft een
blauw veld, dat beladen is met drie zilveren schuinbalken. De balken worden
(in het blauw!) vergezeld van negen rode (rechtopstaande) harten, geplaatst
1, 3, 3 en 2.
Het eerder wapen met de twee aanziende leeuwen zal later dat van West-Friesland
worden, terwijl het huidige "westerlauwers" Friesland ca. 1494 een
variant krijgt op het wapen met de aanziende leeuwen. De penningen zijn vervangen
door gouden (staande) blokjes. Net als de penningen, van een onbepaald aantal,
“bezaaid“ dus.
Uit 1499 kennen we de eerste officiële beschrijving van het wapen dat
onder Albrecht van Saksen als wapen van Friesland zal fungeren: “ein
plaber schild, darynn ob einander zwin gelb leo met iren aufgeworffen swentzen
zum ganz geschickt; underhalb und oberhalb der berurten leo in demselben schilde
ausgesprayet gelbe spene”.
Het schild is dan nog steeds "bezaaid" met blokjes, een niet nader
bepaald aantal dus, verspreid over het schild.
Onder Filips II werd het wapen nogmaals veranderd. Het aantal blokjes werd
teruggebracht tot zeven en liggend geplaatst 2, 2 en 3 (de plaatsing van de
blokjes in het schild wisselt echter in de diverse afbeeldingen nog wel eens).
In deze uitvoering is het heden ten dage nog in gebruik.
Pas op 9 juli 1957 werd in de vergadering van de Friese Provinciale Staten
besloten een verzoek aan Hare Majesteit de Koningin te richten om het als
officieel wapen in het gebruik
voor de provincie Fryslân te
bevestigen. Bij Koninklijk besluit dd. 11 februari 1958, no. 18, is de provincie
bevestigd in het gebruik van dit wapen.
Friese
vlag
De huidige vlag krijgt pas in de laatste
kwart van de 19e eeuw een vaste vorm en is ontstaan op particulier initiatief.
Het ontwerp was gebaseerd op een, in die tijd populaire, afbeelding uit de
kroniek van Winsemius (1586 - 1644) van het z.g. “oude” Friese
wapen met de schuinbalken, al dan niet met harten of plompebladen.
In verband met de naderende kroningsfeesten van Koningin Wilhelmina in 1898,
wou men deze vlag ook voor officiële gebeurtenissen laten vastleggen.
Hiertoe werd in 1897 door Gedeputeerde Staten aan de bekende heraldische tekenaar
Heerke Wenning gevraagd een tekening en beschrijving te maken. In een besluit
van 14 oktober 1897 wordt zijn rapport aangenomen en vastgelegd. In dat rapport
is de, dan officiële, beschrijving van de vlag: “In blauw drie
witte rechtsschuine banen, met daarop zeven rode pompebladen, gerangschikt
twee, drie en twee.” Wenning tekent hierbij nog aan; “het mogen
geen harten zijn.”
Niet lang daarna ziet men de vlag hier en daar opduiken, zoals omstreeks 1910
op de ijsbaan bij Deinum.
Eerst in 1957 wordt de vlag door Provinciale Staten officieel vastgesteld
en (samen met het wapen) ter bevestiging aan de koningin aangeboden. In het
provinciaal blad van Friesland van 1958, nr. 12 wordt dit statenbesluit vermeld,
alsmede de beschrijving van de vlag. Deze luidt: Een vlag van zeven schuine
banen van gelijke breedte, afwisselend kobalt blauw en wit: de middellijn
van de middelste baan beginnende boven aan de broekzijde en gaande van hoek
tot hoek; de witte banen beladen met zeven scharlakenrode plompebladeren loodrecht
op de as van de baan staande en geplaatst 2 : 3 : 2.
Bron: www.wikipedia.nl
Klik de link om terug naar de INDEX te gaan.